Van zorg naar Defensie
Gijsberts loopbaan begon in de zorg al tijdens zijn studententijd, toen hij werkte als nachtportier en receptionist in de dak- en thuislozenopvang. Daarna ging hij aan de slag als psycholoog in de verslavingsreclassering. In 2010 begon hij als geestelijk verzorger in het UMC Utrecht en het Wilhelmina Kinderziekenhuis. Vijf jaar later maakte hij de overstap naar Defensie. Inmiddels is hij verbonden aan het Korps Commandotroepen in Roosendaal en ging hij ook op missie, onder meer in Irak en Roemenië.
Tijdens de coronaperiode maakte hij bovendien deel uit van een Speciaal Nazorg Peloton dat stand-by stond voor een situatie waarin de capaciteit van mortuaria tekort zou schieten. Gijsbert: “Het team werd uiteindelijk niet ingezet, maar de voorbereiding daarop maakte opnieuw duidelijk wat er nodig is als een crisis groot wordt: niet alleen mensen die handelen, maar ook mensen die begeleiden.”
Aandacht voor de mens achter de militair
Wat een geestelijk verzorger binnen Defensie doet, legt Gijsbert helder uit. Hij is er voor collega’s die behoefte hebben aan een gesprek over wat hen bezighoudt. “Dat kan gaan over motivatie, levensbeschouwing of de vraag hoe je je verhoudt tot het werk dat je doet.” Zijn rol bij Defensie is heel divers. “Je bent zichtbaar voor de mensen die af en toe om een praatje verlegen zijn.” legt hij uit. “Maar het gaat verder dan dat. Geestelijk verzorgers begeleiden ook groepsbijeenkomsten en werken aan geestelijke weerbaarheid.”
Wat hem aanspreekt in Defensie, is dat zijn rol daar duidelijk is ingebed. Juist in een organisatie waarin veel van mensen wordt gevraagd, vindt hij het belangrijk dat er ook aandacht is voor hun persoonlijke leefwereld. Volgens hem wordt er nog te vaak van alles verondersteld, terwijl je pas echt kunt begrijpen wat iemand kan bijdragen als je weet wat iemand drijft.
Waarom ook de Nationale Zorgreserve geestelijk verzorgers nodig heeft
Die overtuiging nam Gijsbert mee toen hij zich aanmeldde bij de Nationale Zorgreserve. Hij was al langer bezig met de vraag hoe hij zijn vak breder kon inzetten. Voor hem was aansluiten als geestelijk verzorger bij de Nationale Zorgreserve dan ook een logische stap. “Juist als mensen worden ingezet in crisissituaties, is het belangrijk dat er niet alleen aandacht is voor fysieke en mentale belasting, maar ook voor de mens zelf: waarom doe je dit, wat houdt je op de been en wat vraagt deze situatie van je?”
Daar ziet hij ook een duidelijke link met Defensie. In zijn werk daar ervaart hij hoe belangrijk het is om niet alleen capaciteit te organiseren, maar ook te begrijpen wat mensen motiveert. Alleen dan kun je, zoals hij het noemt, echt “gevechtskracht richten”: inzet niet alleen opbouwen, maar ook doelgericht en duurzaam organiseren. “Daarin kunnen Defensie en de Nationale Zorgreserve elkaar echt versterken. Ook door gezamenlijk beter te laten zien dat je op verschillende manieren reservist kunt zijn: als militair reservist bij Defensie of als burgerreservist via de Nationale Zorgreserve.”

“Zorg dat je leven betekenis heeft”
Als Gijsbert collega’s of anderen zou willen meegeven waarom zij zorgreservist zouden kunnen worden, wijst hij op ‘betekenis’. “Zorg dat je leven betekenis heeft,” benadrukt hij. “Die betekenis zit in doen, in bijdragen, in ergens bij betrokken zijn. Niet blijven nadenken over wat zin geeft, maar beginnen.”
Of, zoals hij het zelf samenvat: “Het is ontzettend zinvol om te dienen.” In de zorg, bij Defensie of daarbuiten. Juist die houding maakt zijn verhaal herkenbaar voor iedereen die eigen ervaring, betrokkenheid en vakmanschap wil inzetten op het moment dat het erop aankomt.
fotocredits portretfoto: De correspondent